Keukengerij
Iedereen die graag enige eer legt in zijn of haar kookkunst, beweert dat culinaire hoogstandjes alleen bereikt kunnen worden met goed materiaal. De modernste keukens worden beheerst door flitsende lampjes, tellers en zoemertjes en zitten boordevol chips. Maar ondanks alle techniek is veel oeroud keukengerief onmisbaar gebleven.
Lange tijd bestond de keuken uit een vuur, midden in de woonruimte, met een grote ijzeren pot aan een (heet) hangijzer. Vlees werd in de regel boven hetzelfde vuur gebraden. Vogels en soms zelfs een heel varken of een os werden aan een spies geregen en langzaam draaiend bruin gegrilleerd. In de keukens van kastelen zorgden gewichten ervoor dat de spies gelijkmatig bleef draaien. Kleinere porties vlees werden geroosterd. Brood werd gebakken in een stenen oven, vaak op enige af- .stand van de woning in een speciaal huisje.
Een kleine duizend jaar geleden zijn de specerijen de kookkunst binnengedrongen. Ze werden zeer gewaardeerd om hun smaak en hun - vermeende - geneeskrachtige werking. De exotische kruiden waren echter letterlijk peperduur. Met stampers, raspen en molentjes werden ze verwerkt. Hoewel we tegenwoordig alles in busjes en zakje te koop is, zijn de pepermolen en de nootmuskaatrasp bij ons gebleven.
De koperen bak- en puddingvormen werden in de 17de eeuw 'ontdekt'. Daarvoor gebruikte men meestal hout, zoals bijvoorbeeld de nog steeds populaire speculaasplank. In de zomer en het najaar moest voedsel worden ingemaakt voor de winterperiode. Sinds Weck het wecken uitvond, werden vele levensmiddelen op deze wijze geconserveerd. Het inblikken, reeds in 1810 uitgevonden, sloeg aanvankelijk niet erg aan. Misschien omdat de eerste blikopeners pas rond 1860 in de keuken arriveerden? Daarvoor werd men geacht een blik te openen met hamer en BEITEL.
De grote mechanisering van het keukengerei kwam in de 19 de eeuw. De appelschilmachine uit 1860 is weer verdwenen, maar het apparaat om snijbonen te snijden (uit 1890) kan men nu nog in menige keuken aantreffen. De draaiende eierklopper uit 1873 bleef ook. Reeds in 1918 verscheen de elektrische mixer. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de elektrische apparaten in groten getale in de keuken gearriveerd. Zij besparen tijd. Zo ook de snelkookpan, maar dat is geen nieuwigheid. Koken onder hoge druk werd namelijk reeds in 1679 uitgevonden door de Fransman Denis Papin. Een keuken met een uitgebreid arsenaal om de heerlijkste gerechten te bereiden is dus geen modegril. En geen nutteloze investering, indien we de oude volkswijsheid mogen geloven dat de liefde door de maag gaat. Of zoals een Vlaamse variant luidt: waar en hoe men zijn appetijt krijgt doet er niet toe, zolang men maar thuis eet...
Anders .... vergeet niet, dat in geen keuken de deegrol ontbreekt ......................