Bode / brievenbesteller

De posterijen privatiseren !!!!????!! In 1747 lag deze kwestie juist andersom. De Doelistenopstand maakte toen de hoge heren op niet mis te verstane wijze duidelijk dat de Posterijen voortaan “aan het land”moesten komen. Tot die tijd verdiende de Postmeester grof geld aan het briefverkeer. De postboden merkten daar niet veel van. Al sinds mensenheugenis zijn zij de ware lange afstandslopers. Alleen de echte kilometervreters mochten gebruik maken van paarden.

In Babylonië kende men al zesduizend jaar geleden regelmatige boodschappendiensten. De 'bestellingen bestonden uit kleitabletten. Ook in China had men zesduizend jaar voor onze jaartelling postboden. Zij waren staatsambtenaren en kregen op hun reizen in posthuizen langs de karavaan routes een maaltijd, een slaapplaats en een vers paard. In de tijd van Julius Caesar maakte Europa kennis met georganiseerde post. In de Middeleeuwen hadden steden, universiteiten, rijke kloosters en kooplieden hun eigen koeriers in dienst. Ook vrouwelijke boden liepen door stad en land. De postboden bracht niet alleen brieven, maar indien bij aflevering ook het porto. Vooruit betalen was toen nog ondenkbaar. Omstreeks 1500 werd de keizerlijke post georganiseerd door Franz von Tassis, die in 1516 het privilége van hoofdpostmeester der Nederlanden verwierf. Zij postboden konden regelmatig van paard wisselen en haalden een daggemiddelde van 166 kilometer!.

De opbloeiende handel maakte een goed georganiseerde posterij noodzakelijk. De stadsbesturen verpachtten het alleenrecht voor de post aan le den van de invloedrijkste families, die daar goud mee verdienden. Het Doelisten oproer maakte daar een eind aan.

Tijdens de Franse overheersing werden de posterijen eindelijk op nationale basis georganiseerd. Naar Frans voorbeeld werd de paardenposterij opgericht. Een halve eeuw later regelde de Postwet het postwezen op een moderne wijze. Er werden vaste tarieven, postzegels en postkantoren ingevoerd. Het eerste speciale postkantoor werd in 1856 te Amsterdam geopend. Het postkantoor hoefde nu niet langer te worden verplaatst als de directeur verhuisde. De treinen en later ook de postauto’s hebben de postboden veel werk uit handen genomen. Zij hoeven niet meer over stoffige of modderige zandwegen tussen de diverse steden heen en weer te ijlen, voortdurend bedreigd door struikrovers en wolven. De postbode is een brievenbesteller geworden, die op zijn lange tocht over galerijen en door voortuintjes , nog slechts strijd hoeft te leveren met honden en katten. Maar ook al is hij geen echte bode meer, de beroepsaanduiding 'postbode' is hij trouw gebleven.