Brandweer

Door droeve ervaringen wijs geworden had nagenoeg elk stadsbestuur een nauwkeurig brandreglement opgesteld. Zo moest een ieder die een brand ontdekte, de straat op rennen en luid ,,Brand! Brand!" roepen. Deed hij dit niet, dan wachtte hem een zware boete. Zijn kreet moest door andere burgers worden overgenomen. De torenwachters luidden de klok en bliezen de trompet. De ratelwachters sloegen aan het ratelen en schreeuwen. De burgers van het getroffen stadsdeel haalden bij de brandemmerbewaarders leren emmertjes en vormden een menselijke verbinding tussen brandhaard en open water. De brandmeesters, eventueel
bijgestaan door het brandpiket, trachtten een paniek te voorkomen en hielden dus alle ,,Vrouwspersonen, Maegden en Jongens" uit de buurt.
Al deze maatregelen konden ; echter niet voorkomen dat soms een halve stad in de as werd gelegd. Een beroeps
brandweer kende men niet. Zelfs de brandspuit werd pas eind zestiende eeuw geïntroduceerd. Vreemd eigenlijk, want de brandsspuit was in 120 v. Onze jaartelling al uitgevonden. Een eeuw later kende men in Rome ook al een beroepsbrandweer die de beschikking had over zeshonderd slaven. In onze samenleving bleef de brandbestrijding vooralsnog een zaak van vrijwilligers. Uniformen kende men niet.
Brandweerlieden hadden een speciale band om de arm die hen toegang verleende tot de brand. De brandmeester had een lange, rode stok met het Stadswapen bij zich. Zo kon men hen gemakkelijk vinden.
Niemand werd voor zijn bluswerkzaamheden betaald. Wel ontving de snelste spuitgast een premie. En wie gewond raakte, mocht rekenen op een uitkering op kosten van de eigenaar en bewoners van het pand dat vlam had gevat. Het redden van de inboedel van een brandend huis was overigens een strikt voorrecht van de bewoners en hun directe relaties.Men had immers een gegronde vrees voor plunding. Pas ruim een eeuw geleden kreeg de brandbestrijding in Nederland een meer professionele basis. Amsterdam kent sinds 1874 een beroepsbrandweer. Dit voorbeeld is door andere steden gevolgd. Toch levert ook heden ten dage de grote meerderheid van de brand-weermannen vrijwillig zijn bijdrage aan de bluswerk- zaamheden. Gelukkig zijn zowel organisatie als uitrusting ondértussen wel aanzienlijk verbeterd. Men gelieve daarom in geval van brand eerst het alarmnummer te draaien of te drukken en vervolgens heel hard ,,Braaaand!Braaand!'' te roepen. -