Drogist “doorn in het oog”
De drogist dankt zijn naam aan de waren die bij verkocht, namelijk drogerijen, gedroogde kruiden dus, of in goed Engels _drugs_. Aangezien apothekers de handel in gedroogde kruiden juist tot hun domein rekenden bestond tussen de beide beroeps uitoefenaars een constante rivaliteit. De apothekers hielden de materialisten, zoals de drogisten aanvankelijk genoemd werden, bijvoorbeeld stelselmatig buiten het gilde. Dit belette hen echter niet om toch hun handel in kruiden en aanverwante zaken voort te zetten. De basiswet op de geneeskunde van 1848 probeerde dit eeuwen oude strijdpunt te regelen. Drogisten mochten kruiden en chemicaliën leveren aan de apothekers en moesten zich verder beperken tot de verkoop van bepaalde waren in grote hoeveelheden. Alleen grootverbruikers van specerijen, harsen, was, zwavel, wortels, zaden, honing en dergelijke deden hun inkopen bij de drogisterij. Bovendien moesten drogisten een speciaal staatsexamen afleggen. Dit examen werd een kleine halve eeuw later weer afgeschaft omdat men toen meende dat de drogisterij toch geen bestaansrecht meer had. De universitair opgeleide apothekers betrokken immers hun grondstoffen van groothandelaren in geneesmiddelen. Maar precies het tegendeel van wat men verwachtte, gebeurde. In 1865 waren er slechts 133 drogisten in 1908 al meer dan tweeduizend. Zij handelden vooral in bijenwas, lampolie, pommade en stijfsel, terwijl de apotheker zich geheel ging specialiseren in medicijnen. Bovendien stelde de overheid een lijst met bepaalde geneesmiddelen op, die bij de drogist vrij verkrijgbaar waren, mits het om grote hoeveelheden handelde. Feitelijk was dit een logische voortzetting van de basiswet van 1848, die aan de drogist de rol van groothandelaar had toebedeeld.
Probleem was echter dat ook zware vergiften op de lijst voorkwamen, zoals strychnine en arsenicum. De apotheker leverde dergelijke spullen gramsgewijs, moest zich aan allerlei voorschriften houden en formulieren invullen, terwijl de klant rustig een halve kilo rattenkruit bij de drogist kon kopen. Geen wonder dat grote opschudding ontstond, toen bleek dat een boer bij een drogist een kilo morfine had aangeschaft om er een moord mee te plegen. "De drogist levert het vergift af met hetzelfde gemak en met dezelfde voorzorgsmaatregelen alsof het den verkoop van l kg suiker of l kg krijt betreft. Hij verheugt zich alleen Over den goeden dag, dien hij en zijn zaak heeft ge had'' zo becommentarieerde de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 14 november l9l3 het voorval. Toch kwam in deze situatie tot 1958 geen wijziging. Pas met de Nieuwe Wet op de Geneesmiddelenvoorziening werd deze gang van zaken verboden. Desondanks is de drogisterij een bloeiende tak van de middenstand gebleven Maar met de apothekers zal het toch wel nooit helemaal pais en vree worden.