Het boerenleven in Drente omstreeks 1900

De grasmaaier gaat zeer vroeg naar zijn werk. Te een of twee uur opstaande, eet hij boterhammen met of zonder koffie. In het land aangekomen maait hij tot zeven uur of half acht, als wanneer hem het ontbijt in het land wordt gebracht. Dit ontbijt bestaat uit een eierkoek, door de boerin dezelfden morgen gebakken, van vier a vijf eieren, aangevuld met deeg van meel, gewreven beschuit en melk, daarop eet de grasmaaier naar verkiezing een of meer spekpannekoeken, om te eindigen met gekookte melk, in een blikken aker naar het land gedragen.

Dan werkt de maaier tot ruim 12 uur. Een met drank, als gekookte melk of bier, gevulde kan of kruik altijd tot zijn dienst, om de dorst te lessen.
s'Middags eet hij twee of drie pannekoeken, een kleine boterham, aangevult met melk uit voornoemde aker. Daarna slaapt hij een paar uren, waarna hij zijn arbeid hervat.
Om zes uur half zeven eet hij in het land nog enkele boterhammen, en komt tegen acht uur thuis, waar hij koffie drinkt, gevolgt door pap of brij.
Vroeger dan gewoonlijk begeeft hij zich ter nachtrust, om de volgende morgen omstreeks twee uur weer naar het land te gaan.

uit; Drentse Volksalmanak 1906. pagina 41.