Middeleeuwse Huisman
Feiten en verhalen over de late Middeleeuwen, van pakweg 1170 tot 1450 gaan meestal over oorlogen, koningen, helden, geleerden en andere buitengewoon interessante gebeurtenissen en figuren. Zelden staat in geschiedenisboeken iets gemeld over 'gewone mensen'. Zelf konden 'gewone mensen' in die tijd niet lezen en schrijven. Over hen wordt uitsluitend geschreven als ze in conflict kwamen met de maatschappelijke bovenlaag. En dan werd er meestal slecht over hen geschreven. Daarom is ons beeld van de mensen in de Middeleeuwen nogal gekleurd. Tegenwoordig worden , ‘gewone mensen' zoveel mogelijk aangespoord hun eigen persoonlijke geschiedenis op te schrijven en later aan rijksarchieven na te laten. Deze zogenaamde egodocumenten kunnen dan mooi dienen als materiaal voor geschiedenisboeken over de 20ste eeuw, die volgende generaties wellicht zullen moeten doorploeteren. Steeds meer wetenschappers doen onderzoek naar de Situatie van mensen in vorige eeuwen. Een aantal wetenschappers van de Utrechtse universiteit heeft samen geprobeerd meer gegevens te krijgen over gewone mensen in de Middeleeuwen. Onder redactie van R.E.V Stuip en C. Vellekoop zijn de samenstellers erin geslaagd een belangrijke aanvulling te geven op de geschiedenis van die tijd. Ze hebben bijvoorbeeld geprobeerd te achterhalen welke vooroordelen hebben meegespeeld bij het afbeelden en beschrijven van die mensen.
De huisman bijvoorbeeld bestond al in de Middeleeuwen. In die tijd werd daarmee echter niet iemand bedoeld, die het huishouden verzorgde, maar een ambachtsman en ondeugdelijk persoon werden zo genoemd. Vaak werden ze ook 'dorpers' genoemd. De betekenis hing af van de context, het verband waarin het woord stond. In een middeleeuwse tekst waarin een onbekende een gesprek voert met de grote Duitse mysticus Meister Eckhart, antwoordt de meester op de vraag hoe de 'huysman' nu eigenlijk behoort te leven: "Zij dienen te leven als de ezel die de zak naar de molen draagt: na zijn zware dagtaak wachten hem smaad en slagen en een povere maaltijd. Zo is het ook met de goede huysman en de ambachtslieden: zij worden door hun werkgevers versmaad en deze noemen hen dorpers.'' Het antwoord lijkt bitter, maar de Meester voegt eraan toe dat de huysman dit lot geduldig moest verdragen, net als een ezel. Hij raadt huyslieden ook aan niet royaal te leven en mooi gekleed te gaan, want dan zeggen de tirannen: laat ons deze dorper eens scheren, hij is te rijk en wil dezelfde kleren als wij dragen. De Meester zegt dat de huysmannen en ambachtslieden beter kunnen sparen voor de oude dag dan alles op te maken, want dat voert hen tot de bedelstaf. Zij moeten met hun aalmoezen het hemelrijk kopen. Dat zegt God volgens de Meester: de ene arm, de ander rijk. Wie weinig heeft, hoeft de arme weinig te geven. Hierin wordt het eeuwenoude lied herkend van de rijken en van de kerk die met een beroep op het evangelie de armen zwak houden. Dat laat ook zien in welke sociale ellende de gewone mensen in de veertiende eeuw leefden. Zo zijn er tal van teksten in de bundel waaruit je meer te weten kan komen over het leven van de gewone mensen in Middeleeuwen. Ook al vloeiden die teksten in die tijd niet uit de pen van gewone mensen.