Journalist (netjes schrijvende slaaf)

Zonder kranten en tijd schriften geen schrijvende pers en zonder drukpers geen krant en tijdschriften. Maar er zijn wel voorlopers geweest. Julius Caesar bijvoorbeeld liet de Acta Diurna (vrij vertaald: dingen van de dag) publiceren.
In plaats van een drukpers gebruikte bij een legertje netjes schrijvende slaven. In de Renaissance zorgden nieuwsbrieven voor een internationale berichtgeving. De correspondenten voorzagen hun geschreven nieuwsbulletins van brievenhoofden als Nieuwmare, Loopmare, Novissima, Loopende Tijdinge. Deze journalisten van het eerste uur heetten toen nog nouvellier, courantier of gazettier. Ze waren soms officieel benoemd. De Staten Generaal stelden bijvoorbeeld in 1592 Hendrik van Bilderbeeke als correspondent te Keulen aan. Zijn berichten werden te Den Haag met de hand gekopieerd voor andere steden. De Engelsman Thomas Raynalde verzorgde in 1549 een van de allereerste gedrukte nieuwstijdingen. Hij verzamelde politieke en ook sensationele berichten over moord en doodslag uit Duitse nieuwsbrieven en voegde ze samen tot een gedrukt periodiek. Zo ontstond de krant. Krant is een verbastering van Courant, hetgeen weer een verkorting is van Courante Nouvellen, lopende nieuwtjes dus. In het begin van de zeventiende eeuw ontstonden de Nederlandse couranten, met een frequentie van twee & driemaal per week. Het accent lag volledig op nieuwsgaring uit de
Europese landen. Plaatselijke nieuwtjes hoorde men wel bij de kapper of de pomp. Vrijheid van drukpers bestond nog niet en menig journalist/uitgever is vervolgd voor een gebrek aan zelfcensuur. Maar ook de beroepsmoraal moest zich nog ontwikkelen. Daniel Defoe bijvoorbeeld verkondigde in zijn wekelijkse Review consequent de mening van de
hoogstbiedende. Overigens introduceerde deze Defoe in zijn blad het vervolgverhaal en verwierf wereldroem als geestelijk vader van Robinson Crusoë. Sinds 1848 is de persvrijheid via de Grondwet gegarandeerd. Bijna even belangrijk is de afschaffing van het dagbladzegel, 21 jaar later. Tot dat moment was een krant zo duur dat slechts weinigen zich een exemplaar konden veroorloven. Sindsdien is het geschreven nieuws voor steeds meer lezers bereikbaar geworden. De journalist heeft daardoor ook erkenning voor zijn maatschappelijke taak en zelfs bepaalde voorrechten dankzij een perskaart verworven. De primeur hiervan had Amsterdam, waar in 1885 de politie een allereerste exemplaar afgaf. De journalist/verslaggever correspondent/redacteur is niet langer iemand van "twintig leugentjes een krant".
zoals P. A de Genestet de vorige eeuw spottend dichtte.
Maar misschien schuilt in dit citaat uit de Nieuwe Amsterdamsche Courant van 1836 toch nog steeds enige waarheid. ,,Wanneer gij derhalve, lieve lezer, 's avonds in uw stoel bij het vuur van uwe dagelijkse bezigheden uitrustende, een nieuwsblad ter hand neemt, benijdt dan
alles wat gij wilt, maar geenen redacteur" .