Kapper

De hedendaagse kapper knipt, watergolft, blondeert en haalt desgewenst nog zo'n paar kunstgrepen uit. Doch toen de kapper nog barbier heette, had hij zijn klanten nog veel meer te bieden. Behalve met knippen en scheren hield hij zich ook bezig met het trekken van tanden en kiezen en met chirurgische ingrepen zoals aderlatingen, amputaties, hersenoperaties en soortgelijke bloedstollende ingrepen. De achterliggende gedachte was even simpel als sterk: de barbier weet hoe hij op delicate wijze het mes moet hanteren.
De barbiers waren niet per definitie prutsende kwakzalvers. Sommige barbier-chirurgen hebben groot respect afgedwongen bij hun tijdgenoten. Meer ook niet. Anders dan de medicus werd de chirurg beschouwd als iemand die leuk met zijn handen kon werken, een aardige klusser zouden wij zeggen, maar aan wiens intellectuele vermogens feitelijk geen eisen werden gesteld.
Eind zeventiende eeuw begon het tij echter te keren en hoefde hij slechts de aanwijzingen van de arts op te volgen. Een enkele chirurg bracht het wat verder en eiste erkenning en een academische titel. Artsen en barbiers verzetten zich zij aan zij tegen dergelijk' ongepast gedrag van zo'n afvallige enkeling. De heelmeesters wensten hun Competentie niet te delen met een eenvoudige snijmeester, de barbiers wilden hun inkomsten uit knippen en scheren niet in gevaar brengen. Liever een goedgevulde kas dan een duur klinkende titel, zo redeneerden zij. In de achttiende eeuw veroverden de chirurgen toch enige erkenning als medicus. Misschien kwam dat bovenal omdat toen een periode van ongekende bloei aanbrak voor kappers : de pruikentijd! Het werd plotseling veel aantrekkelijker zich te specialiseren in haar dan in chirurgie... Zo werd in Engeland de Barber-Surgeon Compagny in de achttiende eeuw omgevormd tot de Royal College of Surgeons. De splitsing was een feit.
In Spanje had men al in 1500 bepaald dat barbiers slechts aderlatingen mochten verrichten indien ze een examen hadden afgelegd. De welbekende rood-witte stok aan de gevel gaf de garantie dat men met een , gediplomeerd barbier te doen had. In 1787 kwam daar nog een veel belangrijkere regeling bij, namelijk dat medici geen haar meer mochten knippen. En dat is maar goed ook, want niet elke chirurg is een getalenteerde figaro. Door dit verbod weet de klant waar hij met een gerust hart zijn verwilderde haardos of pruik kan laten fatsoeneren.