Nederland = Koekenbakkersland
Nederland is een natie van koekenbakkers, in de letterlijke betekenis van het woord. Weliswaar bestaat het ontbijt nog maar zelden uit pannekoeken en wordt nu in de koekenpan ook andere gerechten gebakken, maar koeken zijn toch nog heel populair. Vooral in december, de maand die uitverkoren is tot het hoog houden van tradities. Elke streek of stad had en heeft soms nog steeds-zijn eigen kruidkoek. Deventer, is er zelfs beroemd om. (vraag het maar eens aan Jannie, of zou Ben hier soms meer van weten ??) De zoete koeken waren oorspronkelijk vooral populair als nagerecht. Met de komst van de koffie is de koek een zelfstandiger leven gaan lelden en traditionele
recepten zijn behouden als peperkoeken.
In een dergelijk koek wordt geen peper maar ,,pepers'', de oude verzamelnaam voor specerijen, verwerkt. Vooral speculaas kruiden worden veel gebruikt om koeken smaak te geven. De huidige speculaas en de taai taai ( roggemeelkoeken met stroop) krijgen nog altijd met behulp van speciale planken hun vorm. Ooit bestond een bloeiende volkskunst op dit gebied. Allerlei fraaie afbeeldingen werden in koekplanken vereeuwigd. Heiligen (Sint Nicolaas en Sint Jans waren het geliefds), dieren en natuurlijk de Oranje-vorsten komen we al eeuwenlang als motieven tegen. Vreemd detail daarbij : Sinterklaas blijkt pas in de vorige eeuw een baard te hebben gekregen. Maar niet alleen speculaas; ook voor andere bakprodukten werden kunstig bewerkte vormen gebruikt. Pas in 1850, toen gebak vetter en smakelijker werd, raakten de fraaie vormen geleidelijk in onbruik.
Marsepein-een mengsel van amandelmoes en suiker - is eveneens al eeuwenlang populair. Marsepein kwam vanuit het Oosten via Venetië naar West-Europa en de naam is afgeleid van de verzendkistjes, marzapane geheten. Wellicht betekent het ook: brood van beschermheilige H Marcus, beschermheilige van Venetië.
0f kwam marsepein met de Arabieren via Spanje naar hier? hierover lopen de meningen sterk uiteen. Waar geen verschil van mening over bestaat, is dat de Nederlanders de West-Europese keuken vertrouwd hebben gemaakt met wafels. Echte Hollandse wafels worden gemaakt in dikke ijzers met het welbekende relief. Kaneel, boter en suiker maken de wafel af en soms voegde nog nootmuskaat toe. Gebruikt men een plat ijzer met fijn relief dan ontstaan oblies, die men kan oprollen en eventueel vullen
Wilde men een taart of ander luxueus gebak, bijvoorbeeld ter gelegenheid van een groot feest, dan kocht men dat, nee, niet bij de bakker, maar bij de apotheek. Ook bonbons waren tot in de achttiende eeuw bij de apotheek verkrijgbaar. Zonder recept natuurlijk.