Burgemeester/Poortwachter
In de ommuurde steden, die in de twaalfde en dertiende eeuw ontstonden, had men al snel behoefte aan toezicht op de dagelijkse administratie. Daarom werden poortmeester, ventmeester of burgemeesters benoemd. Een burgemeester is dus eigenlijk een Burcht-meester. Elke stad had er twee drie of vier. Een salaris ontvingen ze niet. Burgemeesters waren dus onvermijdelijk afkomstig van rijke families, die dit corvee overigens meestal met tegenzin vervulden.
De bevoegdheden van de burgemeesters zijn in de loop der eeuwen aanzienlijk uitgebreid. De komst van de Fransen in 1795 maakte aanvankelijk aan deze ontwikkeling een einde.
Koning Lodewijk~Napoleon herstelde echter in 1808 het burgemeestersambt. Elke gemeente met meer dan vijfduizend inwoners kreeg een door de koning benoemde burgemeester. Sindsdien vertegenwoordigt deze ambtenaar niet zo zeer de stad maar de koning, der Nederlanden. Wel was het in de negentiende eeuw nog gebruikelijk dat alleen leden van de gemeenteraad tot burgemeester konden worden benoemd. Sinds de maatregel van Lodewijk-Napoleon moet de eerste burger een dubbelrol vervullen. Enerzijds is hij burgervader, de pater familias, het hoofd van de gemeentelijke familie. Anderzijds is hij Burgemeester, een toezichthouder, een gezagsdrager. Deze amtelijke waardigheid komt tot uiting in zijn ambtsketen.
Sinds 1852 is het dragen van een gemeentelijke penning voor alle burgemeesters verplicht. Het complete ambtskostuum dat burgemeesters van grote steden plachten te dragen werd afgeschaft. De nieuwe regeling leidde overigens tot hevige protesten. In andere landen nam de burgemeester immers genoegen met een eenvoudige' goedkope Sjerp’. De Suggestie om de penning aan een zilveren
keten te hangen viel helemaal verkeerd. Zo'n keten kostte minstens zes gulden, een oranje lint slechts zestig cent. Gekozen werd daarom voor een lint plus medaille. Maar al snel kochten vele burgemeesters , zelf een dure keten of de burgerij schonk hun burgervader een mooi exemplaar bij een bijzondere gelegenheid. Want naast alle voortreffelijke eigenschappen heeft de burgemeester ook een zwak. Hij is trots op zijn mooie ambtsketen.