Das / strik / stropdas/ snelbinder
Hoe veranderlijk mode ook moge zijn, strop en vlinderdasjes hebben hun eigen, hardnekkige bestaan in de stijlbewuste garderobe. De eenvoudigste en dus oudste halsbedekking is het zweetdoekje. De Romeinse soldaten droegen reeds smaakvolle dasjes, terwijl ze onder de brandende zon over de heerbanen marcheerden. Het zweet-absorberende halsdoekje werd omgewisseld voor een wollen exemplaar zodat ze in het koude Noorden kwamen., -
Toch veroverde het halsdoekje pas in de zeventiende eeuw een modieuze plaats in de civiele kringen. De burgerij - met de Fransen uiteraard voorop - ontdekte toen de onbegrensde mogelijkheden om met een halsdoek , ‘s mans smaak en stand te ondersteunen. Men kon naar hartenlust variëren met stof, kleur, patroon en natuurlijk de knoop. Een genie koos voor een ingenieuze knoop, een geslaagd zakenman voor een geijkt patroon , een kunstenaar zocht naar originaliteit en een adellijke rijkaard nam slechts genoegen met een das van kostbare Zijde.
Er verschenen zelfs boekjes vol voorbeelden van halsdoekknopen. Van deze hogere knoopkunst is ons vlinderdasje, ook wel simpeltjes als strikje aangeduid, een directe erfgenaam. De zelfbinders die tegenwoordig menig mannennek en een enkele vrouwenhals sieren, hebben nochtans pas tamelijk laat hun entree gemaakt in de dassenfamilie. In de laatste drie decennia van de vorige eeuw raakte een das in zwang die op betrekkelijk eenvoudige wijze om de nek werd geknoopt en waarvan de superlange uiteinden losjes over borst en buik naar beneden bengelden. De populariteit van de 'cravatte longue' (onze stropdas dus) is nauw verbonden met het totaalbeeld dat de modieuze man wil presenteren~ een nonchalant openvallend kostuumjasje met daarin de stropdas als centraal geplaatste blikvanger. ~~~ Zo ontstond het ideale geschenk voor de man die alles al heeft: de enige strikken en stroppen die bij feestelijke gelegenheden in dank worden aanvaard.