Suiker \ zoet\

Iedereen heeft zijn zwakheden. Zo ben ik verzot op zoet. Daarmee sta ik niet alleen.
De doorsnee Nederlander nuttigt namelijk jaarlijks ongeveer veertig kilo suiker, dus ruim een ons per dag. Dat is aanzienlijk meer dan in andere geïndustrialiseerde landen, bijvoorbeeld in Italië, België en Frankrijk, maar toch nog veel minder dan in Rusland, Hongarije en Australië. De Israëliërs zijn de echte kampioen-zoetekauwen met een jaarlijks verbruik van 48 kg per hoofd van de bevolking. Dat is precies tweemaal zoveel als in Japan! Wellicht vindt u het helemaal niet vreemd, dat elke Nederlandse mond ongeveer veertig kilo suiker per jaar consumeert. In werkelijkheid is dit indrukwekkende suikerverbrUik een sociale verworvenheid, ook al gebruiken we, zonder het te weten, een surrogaat. De plantenwereld, van bepaalde bomen tot bloempjes, is de producent van zoetigheid. Al vroeg in beschavingsgeschiedenis is de mens gebruik gaan maken van de diensten van bijen, de nijver.
verzamelaars van zoetigheid.
Toen de soldaten van de Griekse koning Alexander de Grote in de vier de eeuw voor onze jaartelling India binnenvielen, ontdekten ze tot hun verbazing dat men daar vaste honing, ‘niet gemaakt door bijen' at. Wat ze zagen was rietsuiker. De Griekse artsen waren bijzonder verheugd over dit nieuwe medicijn...De rietsuiker werd herontdekt door de Middeleeuwers tijdens hun kruistochten te-.gen de Arabieren. Ook toen werd suiker door artsen aan~ geprezen als medicijn tegen kwalen als de pest en tegen...kiespijn.
Bovendien kreeg rietsuiker als peperdure specerij (!) een plaats in de keuken. Tégenwoordig zouden we wat moeite hebben met mierzoete sausen over het vlees, maar in de Middeleeuwse-keuken likte men daar zijn vingers erbij af. De rietsuiker moest worden ingevoerd Uit de tropische - . koloniën waar speciale plantages waren aangelegd. De prijs was dus hoog en alleen de rijksten konden zich de zoete luxe veroorloven.
Reeds in 1747 had de Duitser Markgraaf ontdekt, dat suiker ook gewonnen kon worden uit de beetwortel, die zich in ons klimaat heel gemakkelijk laat verbouwen. Toch kwam pas serieuze belangstelling voor de beetwortel als surrogaat voor rietsuiker, toen de veroveringslust van Napoleon de handel met de koloniën onmogelijk maakte. In 1811 introduceerde de keizer de beetwortel, ofwel suikerbiet, in ons land. Maar na Waterloo koos men toch weer voor echte suiker.
Het duurde nog tot ongeveer 1850 eer de Nederlandse beetwortelfabricage tot ontwikkeling kwam. Sindsdien is de suiker relatiefgoedkoop en hoeft de gemiddelde Nederlander niet op een schepje meer of minder te kijken.

De tijden zijn veranderd. Nu vormen de calorieën het probleem.