Tijdrekening

Er wordt een merkwaardige anecdote verteld, waarin de tijd, de duivel en een alchemist de hoofdrol spelen. Op 5 october - de dag van de heilige Franciscus van Assisi - in het jaar 1573, sloot een alchemist om het geheim van de omzetting van onedele metalen in goud in handen te krijgen, een overeenkomst met de duivel. Het ging om een contract 3-6-9, die hij met zijn bloed moest ondertekenen, en waarin hij zich verbond om na negen jaar zijn ziel aan de hel af te staan. De alchemist had de mogelijkheid om iedere drie jaar de overeenkomst op te zeggen, maar aangezien de duivel wel wist met wie hij te doen had, maakte hij zich daar niet ongerust over. Het eerste jaar gaf hij hem het geheim om goud te maken en de alchemist werd schatrijk. Het derde jaar gaf hij hem het geheim van de macht en de alchemist werd een zeer aanzienlijk man, en in het zesde jaar gaf hij hem, om ontbinding van het contract te voorkomen het geheim van de jeugd en de alchemist werd geen dag ouder.

Maar toen kwam het negende jaar en op 4 october kwam de duivel sávonds laat aan de deur van de alchemist kloppen. Lakeien gingen hem voor naar de majestueuze eetzaal, waar voor twee personen was gedekt met gouden borden, schitterend glaswerk en zwaar bestek.
'Goedenavond vriend,'zei de duivel. 'Ik veronderstel dat je met een vrolijk feestmaal deze wereld wilt verlaten?' 'Ik verwachtte u al, sire satan! Ik heb reeds voor u laten dekken. Ik hoop tenminste dat u bij me wilt blijven eten !' Het was tien uur en de duivel die dus nog alle tijd had, zei dat het hem een waar genoegen zou zijn om te blijven tot klokslag twaalf uur, het moment waarop hij zijn beloning in omtvangst zou nemen. Hij ging dus tegenover de alchemist zitten en deed de tafel alle eer aan. Maar af en toe wierp hij een blik op de klok, want voor een duivel weegt niets zo zwaar als de ziel van een christen. Eindelijk stonden de wijzers op twee minuten voor twaalf en Satan kon zich niet langer beheersen. 'U moest me nu maar eens volgen, vriend, zei hij, over twee minuten staat de nieuwe dag voor de deur. Een overeenkomst is nu eenmaal 'n overeenkomst .....'
'Dat wil zeggen ?, vroeg de alchemist.' 'Dat wil zeggen dat je op vijf oktober 1573 een contract met mij hebt ondertekend, waarin je me na negen jaar precies je ziel zou geven. Een contract is een contract .... daar is nu eenmaal niets aan te doen !!' 'En wanneer moet ik mijn ziel afstaan, sire Satan ??' 'Op 5 october natuurlijk! Dat wil zeggen: binnen een minuut en dertig seconden !' 'Vijf oktober zei u ?''Ja, vijf oktober. Niet de vierde of de zesde, maar de vijfde ... Ik wou nu eindelijk eens gaan...' 'Een seconde alstublieft, sire!!' Nadat hij dit gezegt had klapte de alchemist in zijn handen en kwamen twee lekebroeders binnen. 'Je bent verloren, vriend, riep de duivel spottend. Die lekebroeders kunnen daar heus niets aan veranderen. Wat getekend is, is getekend en ....'
Op hetzelfde moment liet de pendule twaalf slagen horen en de duivel zei: 'Het is vijf oktober. Je ziel is dus van mij.'Dat nu is 'n vergissing riep de toekomstige helbewoner uit. Een grote vergissing, sire Satan !! Vraag het deze broeders !! Zij zullen u de waarheid zeggen en als het vandaag inderdaad 5 oktober is, krijgt u onmiddelijk mijn ziel !!' 'Welke dag is het vandaag ?? vroeg de duivel aan de lekebroeders.' 'Het is vandaag de vijftiende oktober van het jaar Onzes Heren 1582, bij besluit van Zijne Heiligheid Gregorius XIII, die zojuist de Juliaanse kalender heeft veranderd. In alle katholieke landen op deze wereld is het vandaag 15 oktober !!' 'Zweer je het, vroeg de duivel??''Wij zweren het bij God, antwoordden de lekebroeders plechtig.'Er volgde een wervelwind van vlammen en rook, een walgelijke zwavelstank en de duivel was verdwenen.
De lekebroeders hadden gelijk: op vijf oktober had de tijd een sprong gemaakt om het equinoxium van de lente weer op de goede plaats te brengen, die door een fout in de kalender van Julius Ceasar tien dagen achter was geraakt. En de paus had bekend gemaakt, dat deze vijfde oktober de vijftiende moest worden.

uit; "Onbekend verleden" van M. Robert Charroux