Vroedvrouw

"In de eerste plaats zorgt zij ervoor dat de man trouwt met de vrouw die hem past. Dan stelt zij de zwangerschap vast. Ten slotte helpt zij bij de bevalling door het aanheffen van gezangen en zodanig schudt zij de barende vrouw fors door elkaar''. Zo vatte Plato de taak van de Griekse vroedvrouw samen. De aankomst van het nageslacht is, behalve een uiterst belangrijke, ook een tamelijk gecompliceerde gebeurtenis. De barende vrouw werd daarom gedurende vele eeuwen bijgestaan door ervaren moeders, door wijze vrouwen, in Oud-Nederlands vroede vrouwen genoemd. Wat als burenhulp begon, groeide uit tot een respectabel beroep. De bestuurders van grotere steden stelden een stadsvroedvrouw aan die met zorg was gekozen en door de vroede vaderen allerlei voordelen, zoals een woning en Bepaalde belastingontheffingen, kreeg aangeboden. Aangezien er geen opleiding tot verloskundige bestond, werd dit Be- roep ook uitgeoefend door vrouwen zonder voldoende kennis, wat aanleiding gaf tot "vele ‘zware ongemacken’ en rampen''.Het was in het belang van zowel de vakbekwame vroedvrouwen als van ouders en aankomend kind, dat stadsbesturen in de zeventiende en achttiende eeuw vroedvrouwen gingen verplichten een examen af te leggen. Wie slaagde, mocht het officiële vroedvrouwenbordje aan de gevel bevestigen. Soms voorzag de examencommissie zo'n bordje ook nog van een garantiezegel. Maakte de vroedvrouw een fout of verrichtte zij een verlossing onder invloed ~en dat kwam nogal eens voor~, dan volgde als straf een tijdelijke schorsing "met inhaling van haar borreltje''.
In Amsterdam werd het examen in 1668 ingesteld en vier jaar later startte men ook met een opleiding voor vroedvrouwen. Van een meer gedegen opleiding tot verloskundige kan echter pas sinds 1865 gesproken worden. Toch mogen we niet al te laatdunkend praten over de vaardigheden van de vroedvrouw in vroeger eeuwen. De keizersnede werd bijvoorbeeld al in de Middeleeuwen toegepast en vaak ook met succes. Kinderen ter wereld brengen was een typische vrouwen aangelegenheid. Mannen die een bevalling bijwoonden, liepen het risico op de brandstapel te belanden. Dit taboe werd in 1663 doorbroken door de Franse koning Lodewijk de Veertiende. Hij liet de mannelijke hofarts zijn maîtresse helpen bij de bevalling. Sindsdien heeft de vroedmeester de vroedvrouw enigermate uit de kraamkamer verdrongen. De bevalling is niet langer een exclusieve vrouwenaangelegenheid.