Zout zo duur als Goud !!

Na drie rondjes door de supermarkt gaf ik de moed op. “Dove é ill sale?”,vroeg ik bedeesd, wachtend op de onvermijdelijk stortvloed van woorden die mijn kennis van het Italiaans ver te boven zou gaan. In Italië is het recht om zout te verkopen voorbehouden aan winkeltjes met de T van tabbachi (tabak), zo heb ik geleerd. Sinds 508 v. onze jaartelling is de zouthandel in het Romeinse rijk een Staatsmonopolie een maatregel die speculatie moest voorkomen. Dit is een van de voorbeelden die tonen welke bijzondere plaats het ZOUT in de loop der eeuwen heeft gehad. Zout was altijd een bijzonder kostbaar goedje. Zo kostbaar dat de Romeinse soldaten hun soldij als rantsoen zout lieten vaststellen. Vandaar om woord salaris! Zonder zout kan een mens niet leven. Bovendien is het een uitstekend middel om etenswaren te bewaren. De pekelharing en zultspek bewijzen dat nog steeds. Zout was schaars en dus duur. Door zilt water te laten verdampen werd het in warme streken
gewonnen, terwijl elders al gedurende duizenden jaren zout gedolven werd in primitieve mijnen, die soms 35 meter diep gingen. In Nederland werd slechts op zeer kleine schaal zout gewonnen. Wel vinden we in de meeste havensteden een Zoutstraat Deze herinnert aan de wereldwijde handel in zout. Sommige Steden bloeiden dankzij de zouthandel, zoals Sodom en Gomorrha aan de Dode zee en, dichterbij huis, het Oostenrijkse Salzburg. Nog in de negentiende eeuw bestond er tevens een levendige :illegale zout handel tussen België en Néderland. 'a Nachts brachten smokkelaars grote hoeveelheden zout naar Nederland, waar
een kilo een halve cent meer kostte. Het delen van het kostbare zout met een ander is in vele culturen een gepaste vorm om innige relaties - een huwelijk bijvoorbeeld vorm te geven -Anderzijds: wie zout morst, krijgt ruzie.
Deze wijsheld bezaten de Grieken in de klassieke oudheid reeds. Men zei daar ook dat "een slaaf zijn gewicht in zout waard'' was. Maar dan moest hij wel heel erg goed zijn, want een gram zout kostte evenveel als een gram goud.
Voor Ons, twintigste-eeuwse Nederlanders, is zout onvoorstelbaar goedkoop geworden. Sinds 1919 pompen we het in nagenoeg onbegrensde hoeveelheden bij Boekelo uit de grond. Ter bestrijding van winterse gladheid strooien we het met vrachtladingen tegelijk op de straten. Kon een van die oude Grieken dat zien, hij zou zijn ogen niet geloven. Zo zout heb ik nog nooit gegeten, zou hij waarschijnlijk uitroepen. Wie weet wat de mens ooit met goud zal doen.!!!

Niet voor niets word het door enkelen het slijk der aarde genoemd.