HOE SCHADELIJK IS ROKEN?

IN DE GEHELE GESCHIEDENIS van menselijke zeden zijn er weinig veranderingen zo opmerkelijk geweest als die van de vloedgolfachtige toename in het roken van sigaretten. In de spanne van een mensenleven is een nieuwe gewoonte ingeburgerd, waarvan wij de omvang nog niet bij benadering kunnen overzien, en waarvan wij de uitwerking zeker niet begrijpen.
Het verbruik van sigaretten steeg jaar na jaar steeds meer en steeds sneller. De mensen werden in snel tempo omgeven door één reusachtige, allesomvattende wolk van sigarettenrook.
Waaruit bestaat deze stof die wij met zulke geweldige trekken in onze monden en longen ademen? Zij bevat een aantal omineuze chemicaliën. Twee ervan staan onder sterke verdenking: benzopyrene, dat vooral de luchtwegen aantast, en nicotine.

NICOTINE

Nicotine is het essentiële bestanddeel van tabak. Het is de nicotine die van tabak tabak maakt en niet zomaar onkruid. Als men rookt, komt het grootste deel van de nicotine in de lucht terecht. Ongeveer een derde bereikt de mond, waar een kleine hoeveelheid wordt geabsorbeerd. Van wat in de longen komt,
wordt misschien een vijfde deel opgenomen. Door een pijp krijgt men iets meer nicotine naar binnen dan door een sigaar.
Hoe heter het brandend oppervlak, hoe meer nicotine het lichaam binnendringt. Hoe sneller men dus rookt, des te meer nicotine krijgt men naar binnen; tweemaal zo snel roken betekent dat men tienmaal zo veel nicotine binnen krijgt. Men krijgt eveneens naarmate de sigaret korter wordt meer nicotine, omdat het peukje, doordat het de rook van het eerste deel van de sigaret gefiltreerd heeft, meer dan zijn deel van de nicotine bevat.
Zuivere nicotine is zwaar vergif. Een druppel op de huid van een konijn resulteert in onmiddellijke shock. Als men een roker de nicotineinhoud van iets meer dan twee sigaretten in de bloedstroom inspoot, zou hij snel sterven. Als men dagelijks een pakje sigaretten rookt, inhaleert men 400 milligram
nicotine per week, wat in één enkele injectie even snel zou doden als een kogel.
In fabrieken waar nicotinehoudende insectenverdelgingsmiddelen worden gemaakt, komen af en toe gevallen van acute nicotinevergiftiging voor. Eén arbeider ging op een krukje zitten waar op de holle zitting een beetje nicotine gemorst was. In minder dan twee minuten viel hij op de grond, met een blauw gezicht, schijnbaar dood. Toen men hem snel naar het ziekenhuis had gebracht, kwam hij vlug bij, zoals gebruikelijk bij een lichte nicotinevergiftiging. Maar toen hij weer naar zijn werk ging en de met nicotine doorweekte broek weer aantrok, viel hij voorover op de grond en moest weer bijgebracht worden.

Als nicotine zo'n sterk vergif is, waarom sterven wij dan niet aan het roken? Gedeeltelijk omdat het verbazende aanpassingsvermogen van het menselijk lichaam het mogelijk maakt langzamerhand steeds grotere doses vergif te verdragen; deels omdat nicotine in rook niet in voldoende hoeveelheid is geconcentreerd. Wat precies de nadelige gevolgen zijn van het roken kan de lezer zelf beoordelen aan de hand van de volgende gegevens.

ROKEN EN GEZONDHEID

Geen enkele arts zal beweren dat roken verzachtend werkt op de keel. De discussie gaat, zoals een hoofdartikel in The ]ournal of the American Medical Association het stelt, erover ''in hoeverre sigaretten irriterend op de keel werken". Als men een pakje per dag rookt, betekent dit dat men in een jaar 840 cc teer naar binnen krijgt. Dat wil zeggen dat men zijn keel en longen gedrenkt heeft in 745 cc, of 15 volle cocktailglaasjes teer, die benzopyrene bevat.
"De bruine kleur van de filter, of van een zakdoek waar men rook doorheen heeft geblazen, komt niet van de nicotine, want deze is kleurloos; zij komt van onvolledig verbrande teerprodukten, zoals roet in een schoorsteen. Veel artsen vermoeden dat het voornaamste bestanddeel, benzopyrene, ofschoon het eerder irriteert dan vergiftigt, een grotere bedreiging vormt voor zware rokers dan nicotine.

Wat de irritatie betreft, hoe men rookt is veel belangrijker dan wat men rookt, of men snel of voorzichtig trekjes neemt, hoever men de sigaret oprookt, hoe lang men de rook in de mond en longen houdt. Snel roken verhoogt de prikkeling, omdat daarbij de rook de mond binnendringt bij temperaturen tot 57 graden Celsius.

Hebben sigaretten enige uitwerking op de maag en de spijsvertering? Iedere roker heeft weleens opgemerkt dat een sigaret een gevoel van honger een tijdje kan verdrijven. Dit is geen schijn. De gewaarwording van honger wordt veroorzaakt door samentrekkingen van de maagwand en roken kan
deze samentrekkingen onderdrukken. Op dezelfde manier belemmert roken een goede eetlust en daardoor goede voeding. Overmatig roken kan ook tot maagcatarre leiden. Door een ophoping van zuurafscheidingen te begunstigen veroorzaakt het zuuroprispingen. Verlichting treedt op binnen enkele uren nadat men het roken gestaakt heeft.
Overmatig maagzuur biedt een gunstig klimaat voor maagzweren. Het meest recente werk dat op dit gebied is gedaan, door de universiteit van New York, wijst uit dat patiënten die bleven doorroken terwijl zij onder behandeling waren voor een maagzweer, vaker een terugval ondervonden dan zij die dit nalieten, of helemaal niet rookten. Artsen in Boston kregen enkele jaren geleden een interessant geval van een man die alle verschijnselen vertoonde van een zweer aan de twaalfvingerige darm. Die was zelfs op de röntgenfoto te zien. Maar bij de ingreep vond men helemaal geen zweer. De patiënt werd het roken verboden en zijn "zweer" verdween. Toen hij zich drie maanden later weer uitstekend voelde, begon hij weer te roken en daar was de "zweer" weer. Deze keer mocht hij van de artsen helemaal niet meer roken. Vanaf het ogenblik dat hij ermee ophield, heeft hij geen "zweren" meer gehad.
Waar uithoudingsvermogen vereist wordt, verlaagt tabak sportprestaties. Op de legerschool te Aldershot in Engeland is deelname aan een veldloop over 5 kilometer verplicht. Van de prestaties van bijna 2000 mannen tijdens een periode van zeven jaar werd een overzicht gemaakt, naar de groepen zware
rokers, gematigde rokers en niet,rokers.
De zware rokers, 8 percent van het totaal, bezetten 9 percent van de laatste tien plaatsen maar slechts 5 percent van de eerste tien. De matige rokers, 73 percent van het totaal, kregen 62 percent van de eerste plaatsen en 83 percent van de laatste. De niet rokers, 18 percent van het totaal, namen 32 percent van de eerste plaatsen in en slechts 7 percent van de laatste.

Tijdens hun vierjarig verblijf op de universiteiten van Yale en Amherst groeiden niet rokers meer dan hun rokende collega's, zij werden ook zwaarder en kregen een grotere longinhoud. Op Yale was de toeneming in borstkas ontwikkeling van de onthouders 77 percent gunstiger, zij werden 24 percent langer.
Aan de universiteit van Wisconsin werd aan studenten gevraagd een kleine metalen punt zó in een gaatje te houden dat deze de kant niet raakte. Elektrische verbindingen namen het aantal keren op dat aanraking plaatsvond. Regelmatige rokers hadden een bijna 60 percent minder vaste hand dan niet rokers.
Sportleiders zijn bijna eensgezind van mening dat bij rokers de .spierkracht vermindert en de vermoeidheid sneller inzet. Er is geen enkel bewijs, niet tegenstaande de advertenties, dat roken sportprestaties verhoogt.

Hoe werkt tabak op het hart?
De meningen van artsen betreffende de uitwerking op lange termijn lopen uiteen. Wat de onmiddellijke gevolgen van het roken van sigaretten op het hartmechanisme en de aderen en slagaderen betreft, is er geen verschil van mening, want deze gevolgen zijn gemakkelijk waar te nemen en te meten.
Roken versnelt de polsslag met tot wel 28 slagen per minuut. In dit opzicht zijn er individuele verschillen en eenzelfde individu kan op verschillende tijden verschillend reageren. De gemiddelde verhoging van de polsslag als gevolg van het roken is tien slagen. Door te roken kan men aritmie, onregelmatige werking van het hart, krijgen, iets dat het slachtoffer vaak de schrik van zijn leven bezorgt. Bij gewoonterokers komen 50 percent meer hartkloppingen voor dan bij niet rokers.
Roken verhoogt de bloeddruk duidelijk en snel. Hoe hoger de bloeddruk is, des te sterker doet tabak hem stijgen. Blijkbaar ontwikkelt de bloeddruk niet zoals de spijsverteringsorganen een tolerantie voor tabak. Niettemin veroorzaakt roken niet blijvende hoge bloeddruk. Als men ophoudt met roken wordt de druk langzaam weer normaal.
Roken vernauwt de bloedvaten, vooral die van handen en voeten. Hoe kleiner het bloedvat, des te meer wordt het vernauwd, en vaak worden de kleine bloedvaten onder de vingernagels door het roken helemaal afgesloten. Zodra men een sigaret begint te roken, wordt de hoeveelheid bloed die naar de handen toevloeit minder dan de helft van de normale en dit blijft ongeveer een uur zo. De temperatuur van de handen en voeten daalt.


Nicotine vernauwt de aderen; alcohol zet ze uit. Als wij tegelijkertijd roken en drinken, porren wij ons feitelijk met een hooivork om ons op te beuren terwijl wij ons met een eind hout op het hoofd slaan om dit tegen te gaan. Van, daar het populaire geloof dat het drinken van een whisky,soda de schadelijke gevolgen van een sigaret teniet doet. Artsen in Rochester, Minnesota, hebben deze interessante mogelijkheid onderzocht, en namen 121 proeven bij 65 mensen. Nicotine heeft het gewonnen; zij is sterker dan alcohol: "De vernauwende werking van nicotine kan niet door alcohol worden voorkomen."
Er is geen bewijs dat roken hartziekten veroorzaakt. Maar wél dat er onder rokers meer hartziekten voorkomen dan onder niet rokers, en dat roken een bestaande hartziekte kan verergeren. Artsen in Virginia wijzen er in een artikel over angina pectoris op dat' 'hartziekte zich belangrijk vaker voor de zestiger jaren ontwikkelt bij rokers dan bij niet rokers". Het voornaamste menings, verschil onder de artsen bestaat eruit hoeveel schade roken het hart berokkent. Alle dokters zijn het erover eens dat het zieke harten kan beschadigen. Om kort te zijn, goed is het nooit, en het vormt vaak een bedreiging. Het lijkt op
het ogenblik redelijk het eens te zijn met de recente verklaring van het comité voor roken en hart, en vaatziekten van de Amerikaanse Hart Associatie, dat het huidige bewijsmateriaal "sterk de indruk wekt dat het zware roken van sigaretten kan bijdragen tot de ontwikkeling van hartziekte of zijn complicaties, of deze versnellen, tenminste bij mannen beneden de vijfenvijftig jaar".

ROKEN EN LONGKANKER

Over het verband tussen roken en de toenemende sterfte aan longkanker (die op weg is de kankervorm te worden die het grootste aantal sterfgevallen op haar geweten heeft) zijn de laatste jaren opzienbarende onderzoekingen gepubliceerd.
In Londen stak in maart 1962 een kille bries op die aan beide zijden van de Atlantische Oceaan sigarettenrokers heeft ontnuchterd en de tabaksindustrie heeft geschokt. Het eerbiedwaardige, 444 jaar oude Royal College of Physicians (KoninklijkArtsencollege), dat zich nooit met beuzelarijen of sensatiezucht inlaat, voltooide een diepgaande studie en deed een met feiten geladen rapport, Smoking and Health - Roken en Gezondheid - het licht zien, "bedoeld om voor artsen en anderen te getuigen van de risico's van het roken, zodat zij kunnen beslissen wat hun te doen staat".

Het rapport van het Royal College verklaarde ondubbelzinnig:
''Sigarettenroken is een oorzaak van longkanker en bronchitis, en draagt vermoedelijk bij tot aandoening van de kransslagaderen van het hart en verscheidene zeldzamer ziekten."
"Sigarettenrokers lopen het grootste risico om aan deze ziekten te sterven, en voor de zwaardere rokers is het risico groter."
"De vele sterfgevallen door deze ziekten stellen de medische wetenschap voor een krachtproef; in zoverre zij zijn toe te schrijven aan het roken, moeten zij te voorkomen zijn."
"De schadelijke gevolgen van het sigarettenroken zouden kunnen worden beperkt door doelmatige filters, door het overlaten van langere peuken, of door het overgaan van de sigaret op de pijp of de sigaar."

Het rapport verwekte onmiddellijk reacties in het Engelse parlement. Woordvoerders van de tabaksindustrie kwamen met het gebruikelijke wederwoord dat het document slechts bestond uit" oude feiten zonder enigerlei nieuwe research uitkomsten", maar de verklaring klonk zwakker en bewogener dan ooit.
Sir Robert Platt, destijds voorzitter van het Royal College of Physicians, gaf als zijn commentaar: "Natuurlijk is elke mogelijke weerstand gemobiliseerd tegen het idee dat deze ziekten zijn toe te schrijven aan sigarettenroken. Maar geen enkele theorie van de tegenpartij zal overeind blijven, terwijl alles de aanwijzingen tegen de sigaretten bevestigt."

"Gedurende de afgelopen 45 jaar," aldus het rapport, "is de longkanker in vele landen veranderd van een zeldzame doodsoorzaak tot een van de eerste orde. Om deze toeneming te verklaren moet men het bestaan van een aanstichter aannemen waaraan de menselijke longen in deze eeuw voor het eerst en in toenemende mate zijn blootgesteld. Sigaretterook is zo'n aanstichter en er zijn thans vele bewijzen dat die een belangrijke oorzaak van deze ziekte is."
Sedert 1953 is in negen landen na ten minste 23 onderzoekingen verslag uitgebracht over het verband tussen longkanker en roken. "Al deze studies," zo stelt het rapport vast, "hebben aangetoond dat de sterfte aan longkanker scherp stijgt bij toenemend gebruik van sigaretten. Het sterftecijfer van zware sigarettenrokers kan wel het 30voud zijn van dat van niet rokers. Zij hebben ook aangetoond dat sigarettenrokers veel zwaarder worden getroffen dan pijp of sigarenrokers (die niet inhaleren) en dat de groep die bij het begin van het onderzoek het roken had opgegeven, een lager sterftecijfer vertoonde dan die welke met roken was doorgegaan."
Dit sterke statistische verband tussen sigarettenroken en longkanker "vindt steun in ermede strokende, hoewel niet afdoende, bevindingen in de pathologische laboratoria". Omstreeks 16 stoffen die bij dieren kanker kunnen verwekken, zijn in tabaksrook aangetoond. Behalve deze carcinogenen bevat de rook allerlei prikkelende stoffen die aan kanker voorafgaande veranderingen veroorzaken. Deze zijn geconstateerd in de longen en het weefsel der luchtwegen van rokers die aan andere oorzaken dan longkanker zijn gestorven.
Het rapport van het Royal College wijdt een heel hoofdstuk aan de theorieën die worden naar voren gebracht door de twijfelaars aan het oorzakelijk verband. "Geen van deze verklaringen strookt zo goed met al de feiten als de voor de hand liggende verklaring dat roken een oorzaak van longkanker is."

Hoe staat het met de verontreiniging van de lucht, waarop de tabakspropagandisten vertwijfeld de schuld willen schuiven? In Smoking and Health wijzen de onderzoekers op het sterftecijfer aan longkanker bij rokers en niet rokers die wonen in steden, in landelijke gebieden en zelfs in landen waar verontreiniging van de lucht zo goed als onbekend is.
Finland bijvoorbeeld, dat het op één na hoogste sterftecijfer aan longkanker in Europa heeft, bestaat in hoofdzaak uit landelijk gebied met weinig verontreiniging van de lucht, maar de Finnen zijn zware rokers. "Dit wijst erop dat het roken belangrijkeris dan de verontreiniging van de lucht," concludeert het rapport. Bovendien ''is het duidelijk dat bij alle graden van luchtverontreiniging de sigarettenrokers een risico lopen longkanker te krijgen dat toeneemt met het aantal gerookte sigaretten, en zelfs in de meest arcadische streken in het Verenigd Koninkrijk krijgen zware sigarettenrokers longkanker met een frequentie die 15 tot 20maal zo groot is als bij niet rokers".
"Patiënten met bronchitis, zweren aan spijsverteringsorganen, en vaatziekten behoort te worden aangeraden het roken op te geven, " zo geeft het Royal College aan dokters in overweging. "Zelfs een rokershoest kan al een aanwijzing zijn dat de gewoonte moet worden afgezworen."
Het rapport merkt op dat het percentage niet rokende Britse artsen in de laatste jaren is verdubbeld, van 24 percent in 1951 tot 50 percent in 1961. "De dokter die sigaretten rookt moet, net als ieder ander, het risico van het roken wegen tegen het genoegen dat hij eraan beleeft en dan zijn keuze doen. Maar de dokter die zelf rookt vermindert het effect van voorlichting van het publiek over de gevolgen van de rookgewoonte, en het zal hem moeûijker vallen zijn patiënten die het roken moeten opgeven te helpen."

Smoking and Health is het eerste rapport dat het individu en de overheid een praktisch program van voorbehoedende maatregelen verschaft. Hier volgen enkele speciale aanbevelingen:
Meer voorlichting van het publiek, en in het bijzonder van schoolkinderen, over de gevaren van het roken. "De Centrale Raad voor Gezondheids voorlichting gaf van 1956 tot 1960 nog geen f 5000 (f 50 000) uit, terwijl in diezelfde periode de tabaksfabrikanten f 38 milJoen (f 380 miljoen) in reclame voor hun produkten staken. Zulk een voorlichting van het publiek zou de mensen wier verslaving te sterk is om te worden gebroken, veiliger rookgewoonten (filtertips, langere peuken, voorkeur voor pijp of sigaar) kunnen aanraden."
Meer effectieve beperking van de verkoop van tabak aan kinderen ("sigaretten kunnen uit automaten vrijelijk worden betrokken"). Meer algemene beperking van het roken in openbare gebouwen.
Verhoging van de accijns op sigaretten en wellicht verlaging van de accijns op pijptabak en sigaren. "Pijprokers lopen een aanmerkelijk kleiner risico dan sigarettenrokers. Het risico voor hen die uitsluitend sigaren roken is nog kleiner en gaat dat van niet_rokers misschien niet te boven."
"Aangezien de doelmatigheid van filters uiteenloopt, zou het wenselijk zijn ze door een officieel lichaam te laten testen en het resultaat op het pakje te doen vermelden."

In de Verenigde Staten, waar machtige tabaksbelangen het probleem van de sigaret tot een moeûijke politieke kwestie maken, vatte de regering in juni 1962 het vraagstuk ten laatste aan door de instelling van een onder de directeur generaal van de Openbare Gezondheidsdienst der V.S., Luther Terry, ressorterende commissie ter bestudering van de invloed van het roken van sigaretten op de gezondheid. Deze uit tien leden, onder wie vijf niet rokers,driesigaretten rokers en twee sigarenrokers, bestaande commissie onderzocht maandenlang stapels bewijsmateriaal. In januari 1964 publiceerde de commissie een kloek, 387 bladzijden tekst tellend boekwerk, eveneens getiteld Smoking and Health (Roken en gezondheid), dat de eensgezinde mening der commissie weergaf. Het rapport strookte in zijn voornaamste conclusies met die uit het eerdere rapport van het Britse Royal College of Physicians.

Samenvattend zei het Amerikaanse rapport: Op de grondslag van langdurige studie en evaluatie van vele reeksen convergerend bewijsmateriaal komt de commissie tot het volgende oordeel: Het roken van sigaretten is een gezondheidsrisico van genoegzame betekenis in de Verenigde Staten om een geëigende bestrijdingsactie te rechtvaardigen."

De voornaamste bevindingen van de Amerikaanse commissie:
Sigarettenroken veroorzaakt longkanker bij mannen. Hoewel minder uitgebreid wijst het bewijsmateriaal voor vrouwen in dezelfde richting. De belangrijkheid van de uitwerking van sigarettenroken overtreft verre alle andere factoren," met inbegrip van luchtverontreiniging.
Sigarettenroken is de belangrijkste oorzaak van chronische bronchitis; het verhoogt eveneens het risico van overlijden aan longemfyseem.
Sigarettenroken verzwakt de longwerking hogelijk. Ademnood komt veel meer voor bij rokers dan bij niet rokers.
Vrouwen die tijdens de zwangerschap roken lopen kans kinderen van te
licht gewicht te baren.
Sigarettenroken is een betekenisvolle factor" bij het veroorzaken van kanker van het strottehoofd bij mannen, en er is enig verband tussen sigaretten roken en kanker van de slokdarm en van de urineblaas.
Het sterftecijfer aan aandoeningen van de kransslagaderen van het hart is 70 percent hoger bij sigaretten rokende mannen dan bij niet rokers.
Hoewel het oorzakelijk verband niet is vastgesteld, is sigarettenroken toch verbonden" met vele aandoeningen der bloedvaten van het hart, met inbegrip van te hoge bloeddruk en algemene slagaderverkalking.

Tot ontsteltenis van de tabaksmaatschappijen maakte het rapport geen melding van bevindingen ten aanzien van de filtersigaretten. De directeur generaal van de Openbare Gezondheidsdienst, dr. L. L. Terry, verklaarde dit later aldus: De commissie was van mening dat zij onvoldoende bewijsmateriaal had betreffende de werkzaamheid van onderscheidene filters.
Aangezien nog niet alle stoffen in tabaksrook die een nadelige invloed op de gezondheid hebben, bekend zijn, zou het onmogelijk zijn vast te stellen of een bepaald filter niet toch gevaarlijke substanties zou doorlaten. Niettemin erkende hij dat het onjuist zou zijn te concluderen dat sigarettefilters geen uitwerking hebben". De commissie meende, zo voegde hij eraan toe, dat de ontwikkeling van betere of selectievere filters een veelbelovende weg voor verder onderzoek is".

Het rapport der Amerikaanse commissie maakte een diepe indruk op de publieke opinie, doch de fabrikanten en hun aanhangers weigerden niettemin te erkennen dat de beschuldigingen tegen de sigaret nu eindelijk waren bewezen. Het merendeel der perscommentaren stelde echter vast dat de bewijslast nu was omgekeerd en was komen te rusten op de tabaksindustrie. "De commissie," aldus verklaarde een hoofdredacteur, "heeft in wezen dit gezegd: het bewijsmateriaal stelt op verpletterende wijze de sigaret in staat van beschuldiging; indien gij enigerlei andere theorie hebt om deze bevindingen te verklaren, bewijs haar dan met bewijsmateriaal van.dezelfde deugdelijkheid als wij hebben."

Deze keer had de tabaksindustrie geen rap antwoord klaar.