Schoeisel - schoenenmode

Dat de mens een linker en een rechter voet heeft, is iets waar de schoenmakers zich tot het jaar 1870 niets van aan hebben getrokken. Ze maakten tot dat tijdstip de twee schoenen van elk paar precies hetzelfde, het zgn. rechte of symmetrische model. De natuurlijke, "kromme" of asymmetrische leest bewees, dat men eerst tegen het einde der vorige eeuw enig begrip rees van kledinghygiëne. En dat, terwijl de schoen als onderdeel van de kleding op de eerste plaats een hygiënisch doel heeft, d.w.z. de voet te beschermen tegen schadelijke invloeden van de bodem en tegen het klimaat. Deze factoren oefenden echter wel in­vloed uit op vorm en materiaal. Eskimo's dragen hoge, met bont ge­voerde laarzen; oosterlingen sandalen, soms slechts bestaande uit een plankje op twee blokjes; in het westen kent men de gesloten schoen, o.a. de molière, en, tegen de regen, de overschoen.
"Trek overschoenen aan, gewijde grond der vaderen, Gij, niet op mijn verzoek, ontwoekerd aan de zee",
dichte Potgieter in zijn bekende boutade op ons regenlandje.

De schoen echter "Ook een modeverschijnsel". De mode overheerst zelfs van tijd tot tijd het praktische doel van het schoeisel. Zo vindt men in de historie soldatenschoenen met kanten lubben of, om in Onze tijd te blijven, smalle schoentjes met naaldhakken voor vrouwen die uren moeten lopen Of staan bij het boodschappen doen, als verkoopster of in de beroepen waarbij het op representatie aankomt, zoals mannequin en stewardess. Voor de stewardessen van de KLM is een driekwart of zeven achtste hak voor geschreven, doch in het vliegtuig mogen zij een lager hakje dragen.

De schoen levert een belangrijke bijdrage tot de vorming van het vrouwen-(en ook mannen) ideaal in een bepaald tijdperk. Tot welke excessen, dit kan leiden, bewijst het Chinese vrouwenschoentje, dat de verminking van de voet vereist. De zusters van Assepoester, die haar grote teen afsneden om mooier te lijken dan zij zijn, vinden in de historie der Chinese mode een equivalent. De vrouwenvoet werd door een chirurgische ingreep zo verkleind, dat er schoentjes konden worden gedragen van slechts elf à twaalf centimeter lang. Volgens de legende werd dit gebruik ongeveer dertig eeuwen geleden ingesteld door keizerin Tan Key, die met horrelvoeten geboren werd. Uit jaloezie op haar recht­schapen seksegenoten liet zij een gebod uitvaardigen, alle vrouwenvoetjes in het rijk te verminken. Teneinde de vrouw echter iets langer te doen schijnen dan zij is, werd onder het muiltje een houten blok aangebracht een zgn stelt­schoen.

Rang en stand
De schoen is, behalve beschuttend kledingstuk en modieus accessoire, vaak ook een symbool van rang, stand of kenschetst een groep. Reeds in de oudheid droegen de hogere standen vrouwen zowel als mannen, met edelstenen of diamanten bezette schoenen. Wat de schoen als kenmerk van een groep betreft, geven we een voorbeeld uit eigen land de opzichtige geel lederen schoenen waren een tijdlang de geliefde dracht van de Amsterdamse nozems. De klomp brandmerkte vroeger de arme vandaar het woord "klompenschool" voor “armenschool"
De schoen illustreert altijd en overal de cultuurhistorie. Hooggehakte damastzijden damesschoentjes met strikken, ruches, borduursel en juwelen versierd, vertellen iets van het Franse hofleven een nylon reispantoffel is een symbool van twintig eeuws toerisme; een schoen met afneembaar hoog hakje verraadt de vrouw achter het stuur, die met platte schoenen het pedaal bedient en even later hooggehakt de auto verlaat. Uiteraard is het ondoenlijk, in dit korte verhaal de schoenen van alle volkeren uit alle tijden de revue te laten passeren. Alleen reeds de schoen als onderdeel van het folkloristische kostuum en van het militaire tenue zou vele bladzijden vergen. We moeten onze pantoffel­parade drastisch beperken.

Materiaal
Leer behoort tot de oudste materialen welke voor schoenen ooit werden en worden gebruikt. De holbewoner wond repen dierenvel om zijn door eelt verharde voeten. Het modepopje uit onze tijd draagt keurig gemodelleerde en geprepareerde bontlaarsjes aan haar gepedicuurde voetjes.

Uit grafvondsten, zijn ons uit de klassieke oud­heid zilveren en bronzen sandalen bekend en ook sandalen van aardewerk, verder van plantaardige vezels, zoals papyrus en palmbladen. De Romeinen droegen sandalen met houten of lederen zool en sierlijke lederen riemen. Hout en leer, versiert o.a. met parelmoer en ivoor, zilver en goudborduursel ziet men in oosterse landen. Zijde, maar ook fluwelen linnen is typisch voor het Chinese schoeisel; bamboe en hout voor het Japanse. Het soort leder hangt vaak af van de landelijke fauna en flora. In de poolstreken verwerkt men rendierhuiden, zeehondenvel en ook beukenschors. De Toearegs in de Sahara lopen op sandalen van kameelhuid, de Indianen op hertenleer.
Europa toont een staalkaart van zeer veel materialen en modes. Nederland droeg en draagt leer en hout; onze klompen zijn wereldberoemd. Verder rubber voor laarzen. Alle soor­ten textiel in na­volging van Parijs zijn voorts nog steeds gebruikelijk, van brakaatzijde en fluweel tot linnen en raffia. Kunstleder, nylonbont, plas­tic en aluminium voor naaldhakken (tegen het breken) verschijnen naast de dierlijke en plantaardige vezels.

In de middeleeuwen droeg het gewone volk een soort lompe muilen, "koeien­muilen" genaamd, trippen of kleppers.
Edellieden en edelvrouwen (tussen Parijse mannen- en vrouwenschoentjes op schoenen bestond geen verschil) vertoonden zich in de veertiende en vijftiende eeuw met de zgn. Bourgondische snavelschoen, een schoen met zeer spitse neus. Ook wel met een gekrulde neus die soms zó lang was dat hij met een kettinkje aan de knie moest 'warden bevestigd. Hakken waren onbekend. De
"achterlap" ontwikkelde zich eerst in de loop van de zestiende eeuw tot een hak. Het Franse hof gaf de hoogte van de hak aan en ook de leest: kort of spits, klomp of pantoffelmodel. Het materiaal werd eveneens door de klant voorgeschreven: zijde en fluweel plus een weelderige versiering, zoals kleurig borduursel, strikjes, rozetten en edelmetaal. Blokhakken en brede strikken zagen we onder Louis XIV en de lage gebogen hakjes onder Louis XV, inderdaad het "Louis Quinze" model dat kort geleden nog weer in de mode kwam. Ook de heren droegen tamelijk hooggehakte schoenen met zilveren gespen en strikken; die pasten prachtig'! Bij hun zijden kousen en kuitbroek. Rode hakken voor mannen vond men heel gewoon, ook droegen de mannen in de zeventiende eeuw lichtgekleurde lederen laarzen met brede kappen waaraan fraaie kanten stroken. Het rococo vereiste kleurige, popperige schoentjes .

Na de revolutie
Na de revolutie was het uit met de pompeuze kleding en werden ook de schoenen eenvoudig; de hakken weer plat. Maar na korte tijd volgde de schoen weer het heersende régime: het Empire decreteerde het hakloze schoeisel uit de Romeinse en Griekse oudheid; sandalen harmonieerden uitstekend met de gedrapeerde gewaden. Keel­bandschoentjes (gekruiste 'banden om de enkel) pasten bij het Biedermeier; dit model keerde later telkens weer terug.

De twintigste eeuw
Dé tweede, helft van de negentiende eeuw leverde het voorspel van de twintigste-eeuwse schoenen­mode. De molière naar de beroemde Franse dramaturg genoemd, en tegen het eind der achttiende eeuw in de mode gekomen, handhaafde zich voor de man - zelfs tot in onze dagen. Het is de vrouw die langzamerhand het monopolie van de kokette voetbekleding gaat opeisen. Knopen veterlaarsjes van zacht leer en zijde, werden favoriet.
Het fin de siècle leverde voor beide seksen nog heel wat sierlijk schoeisel: lichte linnen rijg­laarzen voor de dandy; schoeisel van serge en lakleder en andere combinaties van leder en stof; hoge (en hooggehakte) met de hand gestikte witzijden laarsjes voor de rijke vrouwen, sommige met meer dan dertig paar vetergaatjes; bottines met parelmoeren knoopjes voor de elegante man.

Na 1900 ontstaat er een algemene tendens naar "de degelijke knoop of rijgschoen voor dames, heren en kinderen. Bovendien zet na de eeuwwisseling de asymmetrische leest door. Intussen heeft de vrouwenemancipatie tweeërlei uitwerking op de schoenenmode. De "vrije vrouwen" lopen graag rond op platte hakken goed passend bij hun reformjurken, de voetvrije, en daarna steeds korter wordende rok inspireerde de modieuze geëmancipeerde vrouw echter tot steeds eleganter voetbekleding. In de twintiger jaren droegen de dames spitse bandschoentjes. Het duidelijk verschil tussen sobere heren­schoenen en opvallend dames­schoeisel verdwijnt na de tweede wereldoorlog langzamerhand. Er komt meer kleur in de herenmode en men ziet, onder invloed van Italië dat als modeland in opkomst is en waar vooral het schoeisel om zijn distinctie beroemd is, olijf­groene en leverkleurige, zeer elegante spitstoelopende peaude suède herenschoenen. De halfhoge en hoge rijgschoenen raken er uit, maar in onze tijd ziet men weer hoge winterschoenen, ook voor dames, echter in laarsmodel met gesp of ritssluiting en vaak met bont (al of niet synthetisch) gevoerd.
Intussen heeft de democratisering der mode haar hoogtepunt bereikt, ja, er is zelfs al weer een reactie op ingetreden, want terwijl de kleurigste, teerste en uitbundigste schoenen door alle standen worden gedragen, kiest de werkelijk elegante vrouw de sobere, effen pump, de gladde lederen schoen waarbij het meer op de leest dan op het decor aankomt. De oudere zakenman houdt zich nog steeds aan het deftige zwart.
Over de voetgrootte nog dit: de Française begint met maat 34 de Nederlandse vrouw heeft maat 36 tot 41.
Wat de fabricage betreft, de schoenmaker, onder patronaat van de heilige Chrispinus en Chrispinianus, was in de tijd der gilden een veel aanzienlijker personage dan de zgn. "schoenlapper". De laatste woonde in een pothuis en mocht geen schoenen verkopen. Bij schoenmakers hing als embleem een leest of rode laars uit; de laars was ook het uithangteken der leer­looierijen.
In 1798 werden de gilden ontbonden. Beunhazerij deed het ambacht in verval raken. Tegen het eind der vorige eeuw was de armoede in de Langstraat onbeschrijflijk. Wie een duidelijk beeld wil krijgen van de ontwikkeling der vaderlandse schoenenindustrie, leze het "Gedenkboek voor de schoen- en lederindustrie" van W. Donker Pz. (pseu­doniem van J. C. van Wijck Czn.) dat in 1925 werd uitgegeven door het vakblad voor de schoenhandel en schoenmakerij "Ons Bondsorgaan," Den Haag

De machine mechaniseerde ook het schoenmakershandwerk; dn 1860 kwam de eerste strikmachine in gebruik. Zelfs denkt men in ons land reeds aan automatisering. In Italië is eenderde van de schoenenproductie echter nog handwerk.
De schoen is meer en meer een modeartikel geworden dat bijna even snel wisselt als elk ander onderdeel van het toilet. Door de kortere levensduur tengevolge van de verfijnde modellen en tere kleuren is men eerder geneigd, nieuw te kopen.

De teenager in Amerika schaft zich gemiddeld zeven paar per jaar aan. Afwasbare en niet te repareren plastic sandalen en pantoffels worden uit één stuk gegoten, 'kosten een paar gulden en de gebruiker' gooit ze na de vakantie weg. De' kans, dat schoenherstellen evenzeer overbodig wordt, als kousenstoppen, is niet denkbeeldig.
Schoenen wekken de verzamellust op. Er bevinden zich collecties in het Bally-Schuhmuseum in Schönenwerd (Zwitserland), het Duitse Ledermuseum te Offenbach bij Frankfurt a. M., het Musée Cluny te Parijs, het Museum of Leathercraft te Londen en in het Oudheidkundig museum voor de schoen en lederindustrie te Waalwijk. In het laatste kan men een oude schoenmakerswerkplaats bewonderen. De schoen is verder geliefd als vorm voor drinkkannen, (historisch) en souvenirs. Bekend zijn de miniatuur aardewerk schoenen en klompjes.
Om met een "meesterstuk" te eindigen: prinses Margaret droeg op haar trouwdag, 6 mei 1960, een speciaal voor haar door de koninklijke schoenmaker Edward Rayne ontworpen paar met extra hoge hak om haar niet kleiner te doen lijken dan haar bruidegom Anthony Armstrong-Jones. De mode blijft ons schoeisel beheersen.